Marekerk
In het begin van de 17de eeuw verrees ten noorden van de Oude Vest een nieuw stadsdeel. Daarom besloot het stadsbestuur in 1638 om in die buurt een kerk voor de hervormde eredienst te bouwen. In 1649 kwam de Marekerk gereed, naar ontwerp van Arent van 's Gravensande. Het is een typisch voorbeeld van protestantse kerkbouw en het eerste kerkgebouw in Holland dat speciaal voor de protestantse dienst werd gebouwd. Omdat in de protestantse dienst het woord vanaf de kansel centraal staat, werd gekozen voor een centraalbouw; een achthoekig ontwerp, met stoelen en bankblokken rond de kansel gegroepeerd. Op advies van bouwmeester Jacob van Campen werden nog enkele wijzigingen in het ontwerp aangebracht.
Het construeren van het koepeldak was geen eenvoudig werk. De toren die erop rust weegt naar liefst 120.000 kilo. Onzichtbaar, achter het plafond, bevindt zich een 'spinnenweb'van zware eikenhouten balken dat de koepel bijeen houdt. Na de oorlog werd de koepel door het aanbrengen van een betonring behoed tegen het uitzakken, omdat de ondersteunende constructie was gaan rotten. De koepel was in korte tijd 25 centimeter platter geworden en dreigde in te storten.
De preekstoel in de kerk heeft een groot klankbord op koperen kolommetjes, waarvoor de preekstoel van de Nieuwe Kerk in Haarlem model stond. Het orgel, door Pieter de Swart ongeveer in 1560 gebouwd, is afkomstig uit het koor van de Pieterskerk en werd in 1733 naar de Marekerk overgebracht. De orgelgalerij is versierd met houtsnijwerk, uitgevoerd door Hermanus van Groen. Het houtsnijwerk aan het noorderportaal onder het orgel dateert uit 1671 en werd gesneden door Gerrit Goosman, een beroemd Leids beeldsnijder.







